|
Volterra
In het groene, ongerepte hart van Toscane en vlak bij zee, ligt op een heuvel van 550 meter hoog, de zeer antieke, nieuwe stad Volterra: 3.000 jaar oud…en dat is de stad wel, en ook weer niet aan te zien.
| » Handwerknijverheid |
Je kunt Volterra niet noemen zonder aan albast te denken, een kostbare steen typisch voor deze streek die honderden jaren musea, privé-woonstedes en openbare monumenten heeft gedecoreerd
Op steenworp afstand van het Museo Guarnacci ligt het handwerksatelier Alab’arte, waar het niet alleen mogelijkis waardevolle en unieke meubelstukken te kopen en te bestellen, maar waar, geheel gratis, je aan de eigenaren kunt vragen om de bewerking en de vervaardiging van de werken te mogen bijwonen.
|
| » De Volterraanse keuken |
De buitengewone rijkdom en vruchtbaarheid van de bosgrond rond Volterra, de nabijheid van de zee en de culturele duizend jaar oude traditie werken samen in de keuken.
Wild, wildzwijn, varkensvlees, rundvlees en vis, optimale truffels en een grote verscheidenheid aan champignons zijn ingrediënten die aan de basis staan van een triomf van oorspronkelijke smaken.
We beginnen bij de aperitieven, bij de Vena di Vino, of de Osteria dei Poeti, historische bars-wijnproeverijen in het centrum van de stad, kunt u kiezen uit vierhonderd regionale etiketten, waarbij delicieuze vleeswaren, verse en gerijpte schapenkazen worden geserveerd.
Onder de meest typische voorgerechten is de zuppa volterrana, van gekruide groenten en de pasta alla Norma (met aubergines, tomaatjes en gezouten ricotta), de schiacciata con l’uva, van bloem, blauwe wijndruiven, suiker en olie, of de pappardelle (verse, met eieren bereide pasta) met saus van wildzwijn of haas.
Onder de belangrijkste hoofdgerechten zijn de rombo con patate, griet met aardappelen of de branzino al cartoccio, zeebaars in aluminiumfolie.
Voor dessert zijn er delicatessen als panforte etrusco, de cantuccinikoekjes en de beroemde ossi di morto.
Dan blijft het vieruurtje nog over: las tussen een handwerksatelier en een museum door eens een pauze in bij de Dolceria del Corso: een stadswandeling kan ook heel zoet zijn.
|

Een magische stad vanwege de charme van het stedelijk decor en de ideale plaats voor een vakantie vol ontspanning, rust, authentiek eten en cultuur in de vorm van bezoekjes aan openluchtmusea. De sportievelingen onder ons kunnen versterkende wandelingen of fietstochten maken in de aangrenzende bossen, of in de nabije en in volle bloei staande Val d’Elsa, Val di Cecina en Val d’Era. Een echte aanrader is de route naar de Balze, op twee km van de Porta di San Francesco uit de veertiende eeuw, waar de progressieve erosie van de grond de schitterende barokke kerk van San Giusto e Clemente onaangetast heeft gelaten.
De stad is bekend over de hele wereld vanwege zijn talrijke archeologische verzamelingen, met name in de Etruskische periode, toen de stad nog Velathri heette.
Op Piazza dei Priori, dat ooit het Middeleeuws centrum van de stad was en nu nog steeds een van de mooiste Italiaanse pleinen is, prijkt het Museo Guarnacci, tempel bij uitstek van Etruskische overblijfselen. Het museum werd in 1761 opgericht en is een van de eerste openbare musea in Europa, dankzij de vrijgevigheid en de vooruitziende blik van het culturele beleid van de archeoloog Mario Guarnacci, die de stad en daarmee de hele wereld alle sieraden, beelden, ivoren, albast, bronzen en aardewerken overblijfselen naliet die hij had gevonden en gecatalogiseerd. Er zijn twee attracties in dit museum, die, tussen het immense artistieke erfgoed, met name van belang zijn: L’ombra della sera (schaduw van de avond) en l’Urna degli sposi.(de urn van de pasgetrouwden).
De eerste, een bronzen votiefbeeld van een halve meter, van een overdreven magere man, maakt naast de stijl en de bewonderenswaardige uitvoering, diepe indruk door de symbolische eigentijdsheid. Gabriele D’Annunzio heeft er inspiratie uit opgedaan voor zijn gedichten, maar er kan bijgezegd worden dat 2300 jaar later, deze schaduw nog steeds de stad blijft verlichten: in 2007 ging de journalistenprijs in zijn eer uit naar Rodolfo di Gianmarco van het dagblad La Repubblica, even voorafgaand aan de theaterprijs voor Gabriele Lavia.
De Urna degli Sposi is een asurn, een bijzonderheid die al heel lang bestaat, gezien het feit dat het de Etrusken uit Volterra waren die hun overledenen voor het eerst cremeerden. De redenen zijn mysterieus: hygiëne, of het niet willen nalaten van sporen, het weigeren hun schrift over te leveren en dat ze beschouwd werden als de grootste experts in het ontcijferen ervan ( denk aan de vogelwichelaars die de toekomst voorspelden door de ingewanden van vogels te onderzoeken). Van dit werk is het zuivere en vrolijke realisme opvallend, van twee getrouwden die zich lieten schilderen, glimlachend, omarmd en zonder enige verfraaiing in de uiterst gewone gelaatstrekken.
In het centrum van Volterra bevindt zich ook de schilderachtige via Matteotti, omzoomd door restaurantjes en handwerksateliers, en torenhuizen uit de dertiende eeuw en door het sobere maar zeer elegante Palazzo Maffei uit de Renaissance.
|